De Labrador retriever of kortweg labrador is een kunstmatig hondenras dat afkomstig is uit Newfoundland en Labrador, en afstamt van de St. Johns-hond. Vanuit dit ras is vanaf midden 19e eeuw in Engeland gekruist met een aantal andere rassen, zoals de Gordon setter, de spaniël, de Flatcoated retriever en de Chesapeake Bay retriever.

Werd de St. Johns-hond door de eskimo's gebruikt voor de visvangst, de labrador werd gefokt voor de eendenjacht en voor de jacht in moerassige gebieden. De labrador heeft als enige hond rudimentaire zwemvliezen tussen zijn tenen. Ze zijn vanzelfsprekend dol op water en apporteren.

Aard

In Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika en Australië is deze hond zeer geliefd. Hij is energiek, werklustig en gehoorzaam van aard, en wordt dan ook graag gebruikt als geleidehond.
Ook als gezinshond is hij heel geschikt. Tegenover kinderen is hij doorgaans geduldig en goedmoedig, een echte mensenvriend, maar daardoor niet erg waaks. Labrador retrievers zijn over het algemeen sterker en hebben meer een eigen wil dan de golden retrievers.

Uiterlijk

De vacht van de labrador is kort en dik met een waterafstotende ondervacht en heeft weinig verzorging nodig. Eenmaal per week borstelen is voldoende. Deze honden komen in verschillende kleuren voor: van bijna wit tot donkerbeige, roestkleurachtig en zwart. De meest voorkomende zijn de beige, maar men kan steeds vaker roestkleurige en zwarte labradors aantreffen. Schofthoogte van de reuen is ca. 57 cm. en van de teefjes ca. 55 cm.

Opvoeding

De labrador retriever is door zijn intelligentie en leergierigheid niet moeilijk op te voeden en werkt graag voor zijn baas. Op gehoorzaamheidswedstrijden doet hij het heel erg goed. Zijn baas zal hem een groot plezier doen door dingen met hem te ondernemen.